← de flamencovoorstelling in El Paraigua in Barcelona, Spanje El Paraigua-gids

FLAMENCO VOOR BEGINNERS

Wat kun je verwachten bij een flamenco-optreden

Voor het eerst naar een flamenco-show? Dit is wat er gebeurt tussen de zanger, de danser en de gitaar in een kleine kelder in Barcelona, en waarom het zo diep binnenkomt.

Bekijk El Paraigua-data op GetYourGuide ↗

Drie stemmen, één kunst

Flamenco is eigenlijk drie strengen die in elkaar zijn gevlochten, en een intieme voorstelling laat je elke draad afzonderlijk volgen. Cante is de zang, rauw en zonder microfoon gebracht door een cantaor of cantaora. Baile is de dans — rechtop, trots, met hamervoeten. Toque is de gitaar, die het tempo zet en antwoordt op de zanger. UNESCO voegde flamenco in 2010 toe aan haar lijst van immaterieel cultureel erfgoed. Wat de meeste nieuwkomers het meest verrast, is hoe weinig dit lijkt op een gepolijste theatershow. Het werkt meer als een gesprek — de zanger begint, de gitaar antwoordt, de danser reageert, en de zaal kantelt naar hen toe. Op het moment dat je stopt met wachten op een verhaallijn en begint te luisteren naar het gevoel, komt het binnen.

Het tableau: wie staat er op het podium

De uitvoerenden samen worden het cuadro genoemd. In een kleine zaal zijn dat meestal een zanger, één of twee dansers en een gitarist, terwijl wie niet optreedt vanaf de zijkant klapt en roept. Niemand zit stil — de danser die op zijn beurt wacht, houdt het klappen gaande, de zanger markeert het ritme, iedereen stuwt de energie voort. Dat is mede de reden waarom een kleine zaal zo levendig voelt: je ziet de artiesten op elkaar inspelen, vangt een opgetrokken wenkbrauw of een grijns op wanneer iemand een passage neerzet. Er is een raamwerk dat alles bij elkaar houdt, maar veel ervan wordt ter plekke gecreëerd, gevormd door hoe de zaal en de spelers zich die avond voelen.

Palos: de stemmingen van flamenco

Flamenco is geen enkele stijl, maar een hele familie van vormen, de palos, elk met een eigen ritme en een eigen emotionele kleur, en een voorstelling reist doorgaans door meerdere ervan. De soleá is diep en ernstig, dicht bij een klaagzang; de seguiriya is nog zwaarder, ongeveer zo hartverscheurend als flamenco maar kan worden. Dan wordt het lichter — de alegrías, die uit Cádiz komen, zijn zonnig en luchtig, terwijl de bulerías snel, brutaal en speels zijn, en ze sluiten de avond vaak af met een losse, vrolijke uitbarsting die bekendstaat als de fin de fiesta. U hoeft geen van alle bij naam te kennen terwijl ze voorbijtrekken. Maar weten dat de avond van verdriet naar feestelijkheid beweegt, helpt u de vorm te lezen — de langzame, weemoedige nummers horen te schrijnen, en de opleving wanneer het tempo openspringt, is waar alles naartoe werkt.

Palmas, compás en jaleo

De motor onder dit alles is de compás, flamenco's knoestige ritmische cyclus. Je hoort hem vastgehouden door palmas (handgeklap), soms pitos (vingergeknip), en het tikken van de danseres' hakken. Daarbovenop komt de jaleo — de kreten die de performers elkaar toewerpen, de bekende ¡olé!, plus ¡vamos! en ¡así se baila! Niets ervan is opgezet; het is een oprechte reactie op een goede frase, en het werkt aanstekelijk. Je bent van harte welkom om je eigen jaleo toe te voegen wanneer iets je raakt — voor de enige klapregel die je eerst moet weten, zie onze tips verderop. Wat je de eerste keer makkelijk ontgaat, is dat elke palo zijn eigen compás heeft, waardoor het handgeklap zelf van vorm en gevoel verandert van het ene nummer naar het volgende, niet alleen het tempo.

Duende: datgene waar iedereen naar op zoek is

Praat je lang genoeg over flamenco, dan valt vroeg of laat het woord duende. Het is die bijna mystieke schok die ontstaat wanneer een optreden niet langer louter virtuoos is, maar iets wordt dat je de haren op je armen doet overeind staan. Federico García Lorca gaf een beroemde lezing waarin hij probeerde het te definiëren, en kwam er min of meer op uit dat het niet kan — duende komt ongenood, het valt niet te faken of vooraf te boeken, en niet elke avond geeft het zich prijs. Juist die onzekerheid maakt live flamenco in een kleine zaal de moeite waard. Je gaat er niet naartoe voor een gegarandeerd spektakel; je gaat er naartoe voor de kans dat het vanavond allemaal samenvalt en de hele zaal het samen voelt.

U hoeft het niet te 'begrijpen'.

Het meest waardevolle om vast te houden als je voor het eerst gaat, is dat flamenco niets van je vraagt behalve je aandacht. Er is geen taalbarrière — de zang is in het Spaans, maar het bereikt je via de stem, de beweging en het ritme, dus er valt niets te vertalen. Je hoeft de palos niet te kennen of de compás te kunnen tellen om geraakt te worden; heel wat levenslange fans kunnen geen van beide. Kom open binnen, laat de langzame nummers langzaam blijven, en maak je geen zorgen over fouten. Een intieme voorstelling duurt prettig lang — een uur of zo is normaal — en is erop gebouwd om je snel te pakken te nemen. De meeste mensen vertrekken met een helder besef waarom deze kunstvorm zo hoog wordt aangeslagen.

Bekijk El Paraigua-data op GetYourGuide ↗
Bekijk El Paraigua-data op GetYourGuide